Uitsluitsel over hoogte vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag

 
 
 
Geert Bosman
 

11 januari 2010

Geert Bosman

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Arbeidsrecht

De Hoge Raad heeft vrijdag 27 november 2009 uitspraak gedaan over de hoogte van een vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag. Naar deze uitspraak is door arbeidsrechtelijk Nederland met spanning uitgekeken.

Een werkgever kan aan het UWV Werkbedrijf toestemming vragen voor het opzeggen van een arbeidsovereenkomst met een werknemer. Als de werkgever de gevraagde toestemming verkrijgt kan de werkgever de arbeidsovereenkomst in beginsel opzeggen met inachtneming van de geldende opzegtermijn. De opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever met toestemming van het UWV Werkbedrijf kan kennelijk onredelijk zijn. In het geval van een kennelijk onredelijk ontslag kan de ontslagen werknemer aanspraak maken op vergoeding van zijn schade. 

In plaats van het opzeggen van een arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV Werkbedrijf is het ook mogelijk om bij de kantonrechter een verzoek in te dienen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Als de kantonrechter grond ziet voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst dan heeft de kantonrechter de mogelijkheid om een ontbindingsvergoeding toe te kennen als hem dit billijk voorkomt. Bij het berekenen van de ontbindingsvergoeding wordt vaak de kantonrechtersformule gehanteerd. 

Lange tijd was het onduidelijk of de kantonrechtersformule ook gehanteerd moest worden bij het berekenen van de schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag. In de praktijk hanteerden rechters bij kennelijk onredelijk ontslag in de meeste gevallen niet de kantonrechtersformule. Het gerechthof `s-Gravenhage vond de verschillen in de uitkomsten van ontbindingprocedures en procedures op grond van kennelijk onredelijk ontslag onwenselijk en wees op 14 oktober 2008 arresten waarin voor de berekening van de schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag de kantonrechtersformule werd gehanteerd minus 30%. 

Vervolgens lanceerden drie andere gerechtshoven (`s-Hertogenbosch, Arnhem en Amsterdam) op 7 juli 2009 een nieuwe formule voor het berekenen van de schadevergoeding bij kennelijk ontslag, de zogenaamde XYZ-formule. In die formule staat X voor het aantal gewogen dienstjaren, Y voor het laatstverdiende salaris en Z voor de correctiefactor die alleen bij bijzondere omstandigheden hoger is dan 0,5. 

In eerdere columns heb ik u over de arresten van het gerechtshof `s-Gravenhage en de XYZ-formule geïnformeerd.  

Op 27 november 2009 heeft ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad der Nederlanden, zich in een arrest uitgelaten over de berekening van schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag. In dat arrest vernietigde de Hoge Raad één van de arresten van het gerechtshof `s-Gravenhage.

De Hoge Raad overweegt dat aan de hand van alle omstandigheden van het geval beoordeeld moet worden of er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag waarna pas de vraag aan de orde komt of er een schadevergoeding toegekend kan worden. Het enkel ontbreken van een aanbod van de werkgever om een vergoeding te betalen maakt een ontslag niet kennelijk onredelijk. 

Een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag heeft volgens de Hoge Raad een ander karakter dan een vergoeding bij de ontbinding van een arbeidsovereenkomst. Bij kennelijk onredelijk ontslag moet de geleden schade worden begroot en bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan een vergoeding naar billijkheid worden toegekend. 

De Hoge Raad geeft aan dat de uitkomst van de kantonrechtersformule niet als algemeen uitgangspunt kan dienen voor de schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag. Bij een berekening van een vergoeding volgens de kantonrechtersformule worden maar een paar omstandigheden meegewogen terwijl bij kennelijk onredelijk ontslag de geleden schade begroot moet worden en alle omstandigheden meewegen. 

Uit het arrest van de Hoge Raad wordt duidelijk dat de kantonrechtersformule niet moet worden toegepast in het geval van kennelijk onredelijk ontslag. 

Wel geeft de Hoge Raad nog een handvat aan rechters om te komen tot een zekere harmonisatie van de schadevergoedingen bij kennelijk onredelijk ontslag door de voor de berekening van belang zijnde factoren duidelijk te benoemen evenals de daaraan in soortgelijke gevallen te verbinden financiële gevolgen. Wellicht pakken rechters deze handschoen nog op. Als dit het geval is zal ik u daarover opnieuw informeren.

 

TRC Advocaten

Bolwerk 18

5509 MH Veldhoven

T 040 – 2944500

F 040 - 2944550