Staat maakt fout met vakantiedagen

 
 
 
Marcel Faassen
 

15 maart 2012

Marcel Faassen

 
 
Mensen die na een periode van ziekteverzuim zijn ontslagen, kunnen alsnog bij de Staat aankloppen voor uitbetaling van hun vakantiedagen. Ook werknemers die langdurig ziek zijn geweest, maar nog steeds bij hun werkgever werkzaam zijn, komen mogelijk in aanmerking voor vergoeding van ten onrechte niet opgebouwde vakantiedagen. De Nederlandse vakantiewetgeving van vóór 1 januari 2012 bepaalde in art. 7:635 lid 4 BW dat langdurig zieke werknemers slechts vakantiedagen opbouwen over de laatste 6 maanden van arbeidsongeschiktheid. In 2009 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in het arrest Schultz Hoff echter bepaald dat aan de wettelijke vakantieopbouw geen beperkende regels mogen worden verbonden, dus ook niet bij ziekte. Pas per 1 januari 2012 heeft Nederland de wetgeving hierop aangepast, zodat nu ook bij langdurig zieken de opbouw van vakantiedagen volledig doorloopt.

De vraag die vervolgens opdoemt, is wie werknemers aan kunnen spreken voor vergoeding van de vakantiedagen die zij de afgelopen jaren ten onrechte niet hebben opgebouwd: de (voormalige) werkgever of de Staat? Onlangs heeft de Rechtbank Den Haag zich over deze vraag gebogen in een drietal zaken, waarvan er één door ons kantoor behandeld is (zie: rechtspraak en het krantenartikel in Het Financieel Dagblad d.d. 16 maart 2012)

In de betreffende zaken stelden de werknemers de Staat aansprakelijk voor de schade die zij hebben geleden als gevolg van de onvolledige opbouw van vakantiedagen tijdens langdurige ziekte. Daarbij ging het steeds om werknemers die na 2 jaar ziekte ontslagen werden. In de uitvoerig geformuleerde vonnissen heeft de rechtbank de werknemers in het gelijk gesteld en bepaald dat de Staat 100 % van het overeengekomen loon over de - achteraf ten onrechte - niet opgebouwde vakantiedagen dient te vergoeden. De Staat heeft immers verzuimd om de Europese vakantiewetgeving correct om te zetten in nationale wetgeving.

De rechtbank heeft in de betreffende zaken tevens bepaald dat de werknemers geen vordering bij de eigen werkgever kunnen indienen, nu die - kort gezegd - de (nationale) wetgeving heeft toegepast.
Een voorbeeld ter illustratie:

Mevrouw x werkt fulltime voor een dagloon van 80 euro bruto. Zij wordt op 1 februari 2008 ziek en blijft dat ook. Na twee jaar ziekte wordt haar dienstverband opgezegd na een door de werkgever verkregen ontslagvergunning. Bij de eindafrekening krijgt de werkneemster haar nog openstaande vakantiedagen (5 dagen) en de gedurende de laatste 6 maanden van haar dienstverband opgebouwde vakantiedagen uitbetaald.

Indien mevrouw x niet ziek zou zijn geweest, dan zou zij volgens de wet 20  vakantiedagen per jaar opgebouwd hebben, dus 40 dagen in twee jaar. Bij het einde van haar dienstverband krijgt zij van haar werkgever echter slechts 10 vakantiedagen (= opbouw over een half jaar) uitbetaald en mist dus 30 dagen op haar eindafrekening. Mevrouw x krijgt als gevolg hiervan 2400 euro te weinig betaald.

De uitspraken van de Rechtbank Den Haag openen voor mevrouw x de mogelijkheid om de Staat aansprakelijk te stellen voor de schade die zij heeft geleden als gevolg van de beperkte vakantieopbouw. Ook mensen die na een langdurige ziekteperiode niet ontslagen zijn, maar als gevolg van ziekte wel te weinig vakantiedagen hebben opgebouwd, komen mogelijk in aanmerking voor een schadevergoeding.

Wellicht geldt dit ook voor u. In dat geval, maar ook als u twijfelt of u mogelijkerwijs in aanmerking komt voor een schadevergoeding, kunt u contact opnemen met mr. M.A.H. Faassen van TRC advocaten. U kunt hem telefonisch bereiken op het nummer 040-2944500 of per email via