Registratieplicht voor alle ondernemingen die arbeidskrachten uitlenen

 
 
 
Ingrid van den Broek
 

5 juli 2012

Ingrid van den Broek

 
 
Op 5 juni 2012 heeft de Eerste Kamer ingestemd met wijziging van de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs (hierna te noemen “Waadi”). De wijziging heeft (onder andere) tot gevolg dat alle uitzendondernemingen zich als zodanig dienen te registreren in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Deze wijziging is per 1 juli 2012 in werking getreden.

Uit de memorie van toelichting behorend bij de voorgestelde wetswijziging blijkt dat voor de vraag of een onderneming zich als “uitzendonderneming” dient te registreren van belang is of deze onderneming daadwerkelijk uitzendkrachten ter beschikking stelt. In artikel 1 van de Waadi is het begrip “terbeschikkingstelling” nader gedefinieerd als:

“Het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander voor het onder diens toezicht of leiding anders dan krachtens een met deze gesloten arbeidsovereenkomst verrichten van arbeid.”

Er is geen sprake van terbeschikkingstelling in de zin van de Waadi wanneer sprake is van (de uitvoering van) een overeenkomst van opdracht, collegiale dienstverlening en het ter beschikking stellen binnen de eigen onderneming (intra concern uitlening). Het nieuwe wetsartikel gaat (voor zover relevant) als volgt luiden:

 

  1. het is een ieder verboden in Nederland arbeidskrachten ter beschikking te stellen anders dan door middel van een onderneming of rechtspersoon die in het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 is ingeschreven of waarvan is opgenomen dat deze activiteit vanuit ter beschikking stellen van arbeidskrachten uitoefent of mede uitoefent;
  2. het is een ieder verboden om als inlener arbeidskrachten, die ter beschikking zijn gesteld in strijd met het eerste lid, arbeid te laten verrichten (…).

 

De registratieplicht geldt dus voor iedere onderneming/rechtspersoon die arbeidskrachten ter beschikking stelt. Daaraan zijn geen nadere voorwaarden verbonden (zoals bijvoorbeeld de frequentie waarmee werknemers worden uitgeleend of hoeveel personeelsleden worden uitgeleend). De Wet ziet niet alleen op uitzendbureaus maar ook detacheringbureaus en payroll ondernemingen kunnen onder deze verplichting vallen. Aan de hand van de feiten en omstandigheden van het concrete geval zal beoordeeld moeten worden of daadwerkelijk sprake is van een terbeschikkingstelling van arbeidskrachten.

Dit betekent dat een groot aantal ondernemingen de doelomschrijving die is opgenomen in de Kamer van Koophandel, dient aan te passen, daaraan dient in veel gevallen te worden toegevoegd dat (tevens) sprake is van een uitzendonderneming. De wijziging van de doelomschrijving dient te worden doorgegeven middels formulier 14 van de Kamer van Koophandel.

Indien de doelomschrijving niet wordt gewijzigd, terwijl wel sprake is van een uitzendonderneming, kan dit aanzienlijke gevolgen hebben. In dergelijke gevallen kan een boete worden opgelegd van € 12.000,-- per aangetroffen werknemer die ter beschikking is gesteld door een niet-geregistreerde uitzendonderneming, tot een maximum van € 76.000,--. Bij een tweede overtreding wordt de boete € 24.000,-- per aangetroffen werknemer en bij een derde overtreding wordt de boete € 36.000,-- per aangetroffen werknemer. Deze boetes kunnen zowel aan de onderneming die de werknemers uitzendt, als aan de onderneming die de werknemers inleent, worden opgelegd. Inleners zullen derhalve in de toekomst enkel nog samen willen werken met ondernemingen die als uitzendonderneming geregistreerd staan.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben of mocht u twijfelen of uw onderneming dient te worden ingeschreven als uitzendonderneming, neemt u dan gerust contact op met TRC Advocaten B.V.