Beroep op studiekostenbeding mogelijk in strijd met goed werkgeverschap

 
 
 
Ingrid van den Broek
 

13 juni 2013

Ingrid van den Broek

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Arbeidsrecht

Veel werkgevers komen met hun werknemers een studiekostenbeding overeen in geval de werknemers op kosten van werkgever een studie/cursus gaan volgen. De Hoge Raad heeft bepaald dat een studiekostenbeding in principe rechtsgeldig is indien in het studiekostenbeding:

a)     de tijdspanne is vastgesteld gedurende welke de werkgever geacht wordt baat te hebben van de door de werknemer tijdens diens studiewerkzaamheden verworven kennis en vaardigheden;
b)    is bepaald dat de werknemer, indien de dienstbetrekking tijdens of onmiddellijk na afloop van de studieperiode eindigt, het loon over die periode aan de werkgever zal moeten terugbetalen;
c)     deze terugbetalingsverplichting vermindert na evenredigheid van het voortduren van de dienstbetrekking gedurende de onder “a” bedoelde tijdspanne.

De vraag die nu rijst, is of indien aan deze voorwaarden is voldaan, in elk afzonderlijk geval sprake is van een studiekostenbeding waarop de werkgever zich kan beroepen.

Het antwoord daarop is “nee”. De Hoge Raad heeft nog wat randvoorwaarden gecreëerd. In ieder geval heeft de Hoge Raad bepaald dat een beroep op een studiekostenbeding door een werkgever, getoetst dient te worden aan de redelijkheid en billijkheid. Onder andere heeft de Hoge Raad overwogen dat een werkgever in strijd kan handelen met redelijkheid en billijkheid als hij de werknemer aan een terugbetalingsregeling houdt, terwijl de werkgever zelf het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft genomen.

De Kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft daaraan op 25 april 2013 nog een situatie toegevoegd. In de zaak die aan de Kantonrechter werd voorgelegd, werd door de werknemer ontslag genomen met als motivering “door het dreigend ontslag van de laatste tijd, heb ik ervoor gekozen bij een andere werkgever te gaan werken”. Wat speelde er? De werknemer was in dienst van een werkgever wiens vergunning door de Autoriteit Financiële Markten was ingetrokken, waardoor een groot deel van de werkzaamheden kwam te vervallen.

De Kantonrechter heeft in dit geval bepaald dat het feit dat de vergunning van werkgever door de Autoriteit Financiële Markten was ingetrokken, waardoor het bedrijf van werkgever vanaf dat moment geen bestaansrecht meer had en het feit dat de werknemer  (daardoor) ontslag heeft genomen, voor rekening en risico van werkgever diende te blijven. Om die reden is een beroep op het studiekostenbeding in strijd met goed werkgeverschap.

Mocht u op het gebied van het studiekostenbeding, dan wel op het gebied van arbeidsrecht nadere vragen hebben, neemt u dan contact op met mevrouw mr. I.A.W. (Ingrid) van den Broek.