De redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedures

 
 
 
Tom Jeltema
 

11 november 2013

Tom Jeltema

 
 
Privaatrecht en Publiekrecht groeien naar elkaar toe. Dat is een tendens die al veel langer gaande is. Ook de wijze van procederen toont steeds vaker overeenkomsten. In privaatrechtelijke procedures is de Hoge Raad de hoogste rechter. In zaken die aan de Hoge Raad worden voorgelegd wordt door een deskundig jurist een advies gegeven aan de Hoge Raad. Dat noemt men de conclusie van de AG (Advocaat Generaal). De AG geeft een onafhankelijke opinie over de zaak. De Hoge Raad is daar vervolgens niet aan gebonden. Ook de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de hoogste bestuursrechter)  spreekt sinds kort recht met een AG. Niet in alle zaken wordt een opinie gevraagd van de AG. Het is met name de bedoeling opinies te vragen indien vragen over rechtseenheid aan de orde zijn.

Inmiddels heeft de AG zijn eerste conclusie geschreven.

Het betreft een zaak waarin aan de orde is wanneer de redelijke termijn wordt overschreden in bestuursrechtelijke procedures. Dit in het licht van rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

In zijn conclusie geeft AG Widdershoven een aantal varianten. Zelf opteert hij voor de variant waarin de bezwaarschriftenprocedure maximaal 6 maanden mag duren, het beroep bij de Rechtbank maximaal 18 maanden en het hoger beroep maximaal 24 maanden.

De Raad van State heeft nog geen uitspraak gedaan. TRC Advocaten zal dit volgen en zodra duidelijk is welke lijn de Raad van State volgt zal TRC Advocaten u hierover nader informeren.

Het blijft namelijk van groot belang dat (ook bestuursrechtelijke) procedures binnen een redelijke en reële termijn worden afgewikkeld.