Relatiebeding geldt niet voor bestaande cliënten nieuwe werkgever

 
 
 
Marcel Faassen
 

2 september 2014

Marcel Faassen

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Arbeidsrecht

Volgens het Gerechtshof Den Bosch kan een werknemer niet worden gehouden aan een relatiebeding als de betreffende relaties zowel bij de nieuwe als de voormalige werkgever klant waren. Gemeenschappelijke cliënten kunnen volgens het hof namelijk niet zonder meer tot het te beschermen bedrijfsdebiet van de onderneming van de voormalige werkgever worden gerekend. Het geschil

Een notarisklerk zegt eind 2013 zijn dienstbetrekking bij een notariskantoor op en treedt in dienst bij een ander notariskantoor op 2,5 kilometer afstand van zijn vorige werkgever. In verband met het feit dat de nieuwe werkgever klanten heeft die ook bij de vorige werkgever klant zijn, spreekt de vorige werkgever de notarisklerk aan in verband met het tussen partijen gesloten relatiebeding. Volgens dat beding is het de werknemer namelijk verboden om gedurende één jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten voor cliënten van zijn vorige werkgever.
De notarisklerk is het hier niet mee eens en vordert schorsing van het relatiebeding, in die zin dat het beding niet geldt voor cliënten van zijn vorige werkgever die voorheen ook al cliënt waren van de nieuwe werkgever.

Wat vindt het hof?

Volgens het Gerechtshof Den Bosch kunnen – anders dan exclusieve cliënten – gemeenschappelijke cliënten, bij gebreke van een door deze instellingen of ondernemingen gemaakte specifieke keuze voor een bepaald kantoor, niet zonder meer tot het te beschermen bedrijfsdebiet van de onderneming van de voormalige werkgever worden gerekend. Volgens het hof zijn geen feiten of omstandigheden gebleken waaruit volgt dat deze cliënten (of een aantal daarvan) niettemin geacht moeten worden zich in het bijzonder te richten op de praktijk van de vorige werkgever of dat daartoe in het verleden ook specifiek daarop gerichte acquisitie-inspanningen zijn verricht. Volgens het hof valt daarom niet in te zien welk redelijk doel is gediend met handhaving van het relatiebeding ten aanzien van die cliënten die vóór de in het relatiebeding bepaalde datum ook reeds door het andere notariskantoor werden bediend. Dat de overstap van de notarisklerk ertoe kan leiden dat meer notariële zaken door (oorspronkelijk) gemeenschappelijke cliënten bij het andere kantoor worden aangebracht, is volgens het hof een normaal gevolg van vrije concurrentie waartegen het relatiebeding geen bescherming biedt of behoort te bieden. Dat de notarisklerk zichzelf of het andere notariskantoor een positie verschaft waarbij sprake is van ongerechtvaardigd voordeel in het concurrerend handelen, kan ten aanzien van het werken voor gemeenschappelijke cliënten in casu niet worden aangenomen.

Voor het hof was daarbij ook nog van belang dat de notarisklerk in september 2013 door zijn vorige werkgever was aangeraden om in verband met de onzekere financiële positie van het kantoor uit te kijken naar een andere baan. Ook gold het relatiebeding pas sinds korte tijd. Het was namelijk aangegaan in het kader van een bedrijfsovername per 1 januari 2013. Ook was het hof van oordeel dat de notarisklerk bij handhaving van het beding voor de bestaande klanten onbillijk zou worden benadeeld.

Meer informatie?

Mocht u op het gebied van het relatiebeding, dan wel op het gebied van het arbeidsrecht in het algemeen, nadere vragen hebben, neemt u dan contact op met mr. M.A.H. (Marcel) Faassen.

Bron: Hof Den Bosch 15-07-2014, HD 200.143.094_01 (ECLI:NL:GHSHE:2014:2166)