Handhaving bij het afwijken van een bouwvergunning: een nieuwe lijn van de Raad van State?

 
 
 
Tom Jeltema
 

15 januari 2015

Tom Jeltema

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Bestuursrecht

Een bouwvergunning wordt tegenwoordig een omgevingsvergunning genoemd. Het gebeurt nogal eens dat de houder van een omgevingsvergunning niet bouwt conform die omgevingsvergunning. Derden kunnen daarover klagen. Die derde dient dan wel in de onmiddellijke nabijheid te wonen. Indien die derde klaagt, is het volgens vaste rechtspraak van de Raad van State zo dat de gemeente moet optreden. Er is namelijk sprake van een illegale situatie. Die illegale situatie dient te worden beƫindigd. De gemeente krijgt volgens deze rechtspraak van de Raad van State weinig ruimte om af te zien van handhaving. De gemeente kan wel afzien van handhaving indien legalisering mogelijk is. Dat wil zeggen dat het illegaal gebouwde alsnog wordt vergund.

In de meest recente rechtspraak van de Raad van State is echter inmiddels ook enige versoepeling te vinden. De Raad van State vindt dat indien handhaving gelet op alle belangen onevenredig is, de gemeente van handhaving mag afzien. Dat noemt men de zogenaamde bagatel zaken. Het gaat om overtredingen van geringe aard. 

Een recent voorbeeld vinden we in een uitspraak van de Raad van State van 29 oktober 2014 over een handhavingszaak die in de gemeente Bergen om Zoom speelde. Er was een omgevingsvergunning verleend voor een woning. Die woning diende op 1.88 cm van de erfgrens met het naastgelegen perceel te worden gebouwd. Dat gebeurde niet. De woning werd dichter bij de erfgrens gebouwd, gemiddeld 15 cm. De buurman klaagde bij de gemeente en eiste dat de gemeente handhavend zou optreden. De Raad van State oordeelt in de eerste plaats dat geen sprake is van een bagatel zaak. Het betreft geen overtreding van geringe aard omdat de woning over een lengte van 12 meter (en een hoogte van 6 meter) te dicht bij een andere woning ligt. Niettemin oordeelt de Raad van State dat onder omstandigheden handhavend optreden onevenredig kan zijn in een concrete situatie. Hierbij vindt de Raad van State van belang dat in deze zaak de consequentie van handhaving is dat de gehele woning moet worden afgebroken dan wel tenminste de gehele zijmuur (over 12 meter) 15 cm dient te worden verplaatst. Verder is van belang dat de Raad van State van mening is dat niet is gebleken van reële schade, overlast, inbreuk op privacy en/of waardedaling aan de zijde van de eigenaar van het naastgelegen pand. 

Ook was in deze zaak van belang dat de gemeente aangaf dat de afwijking in het nieuwe bestemmingsplan zou worden gelegaliseerd. 

Op het eerste gezicht een wat soepelere houding van de Raad van State. Of dit een vaste lijn wordt van de Raad van State zal moeten worden afgewacht. In deze zaak heeft ongetwijfeld meegespeeld dat de eigenaar van het naastgelegen perceel te weinig belang had om met succes op te komen tegen de afwijking van 15 centimeter. 

Wordt vervolgd!