Vierde contract voor bepaalde tijd?

 
 
 
Ingrid van den Broek
 

15 januari 2015

Ingrid van den Broek

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Arbeidsrecht

In 2013 heeft het Gerechtshof in Den Bosch geoordeeld over de navolgende situatie. Nadat een werknemer drie tijdelijke arbeidscontracten heeft gehad, biedt de werkgever aan de werknemer een vast contract aan. Tegelijkertijd laat de werkgever de werknemer echter een beëindigingsovereenkomst tekenen, waardoor in zekere zin toch sprake was van een tijdelijke aanstelling.

Het Gerechtshof in Den Bosch oordeelde dat deze constructie was toegestaan.

In januari 2015 heeft de Hoge Raad zich over deze kwestie uitgelaten. De Hoge Raad is het niet eens met het oordeel van het Gerechtshof. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat bij de beantwoording van de vraag of partijen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dan wel onbepaalde tijd zijn overeengekomen, niet alleen acht geslagen dient te worden op de tekst van de schriftelijke arbeidsovereenkomst. Voor de beantwoording van de vraag wat partijen zijn overeengekomen, gaat het er mede om wat zij met de overeenkomst hebben beoogd, daarbij alle omstandigheden van het geval meewegend. De Hoge Raad bepaalt dat de vaststellingsovereenkomst zoals die door partijen is gesloten aan de onbepaalde duur van de arbeidsovereenkomst niet af kan doen.

Met deze beslissing heeft de Hoge Raad dus een streep gezet door de mogelijkheid om op een creatieve manier toch een vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd overeen te komen.

Voor vragen op het gebied van arbeidsrecht kunt u contact opnemen met mevrouw mr. I.A.W. van den Broek van de Sectie Arbeidsrecht van TRC Advocaten B.V. U kunt dit doen door te bellen naar telefoonnummer: 040 – 294 4500 of een e-mailbericht te sturen naar  i.vdbroek@trc-advocaten.nl.