Boete Sociale Zekerheid

 
 
 
Mark van den Hoff
 

22 januari 2015

Mark van den Hoff

 
 
Over boetes in het Sociaal Zekerheidsrecht is de laatste tijd veel te doen geweest. Vanaf 1 januari 2013 gelden er namelijk strengere regels gericht op het tegengaan van fraude. Door de nieuwe regels kunnen veel hogere boetes worden opgelegd dan voorheen mogelijk was. De opgelegde boete is in de regel even hoog als het bedrag dat teveel aan uitkering was betaald, derhalve een boete van 100%. In veel gevallen stond de boete niet in verhouding tot de boeteveroorzakende handeling. De Nationale Ombudsman heeft in zijn rapport van 4 december jl. “Geen fraudeur, toch boete, een onderzoek naar de uitvoering van de Fraudewet” geconstateerd dat de boetes in het merendeel van de gevallen naar mensen gaan die geen fraude-intentie hadden, de boetes buitensporig hoog zijn, hoge boetes perspectief ontnemen en bovendien de echte fraudeurs niet worden geraakt.

Eerder had de Centrale Raad van Beroep in een uitspraak van 24 november jl. al geoordeeld dat het in strijd is met het internationaal recht indien de vanaf 1 januari 2013 geldende strengere regels voor boetes worden toegepast op overtredingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2013.

Bij de Centrale Raad van Beroep zijn nog een aantal andere boetezaken aanhangig waarbij ook de strengere regels voor boetes zijn toegepast. Naar verwachting zal komend voorjaar een aantal boetezaken ter zitting worden behandeld waarin het gaat om de vraag hoe onder het nieuwe boeteregime opgelegde boetes beoordeeld moeten worden.

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 16 december jl. de Tweede Kamer bericht dat aanpassing van de wet- en regelgeving noodzakelijk is en hij medio 2015 met concrete voorstellen zal komen waarbij hij ernaar streeft om medio 2016 de aangepaste wet- en regelgeving in werking te laten treden.

Als overgangsrecht is bepaald dat bij een boeteoplegging voor overtredingen die zijn aangevangen vóór 1 januari 2013 en voortduren na deze datum, het op dat moment geldende lichtere sanctieregime zal worden toegepast.

Voorts is bepaald dat de 100%-boete enkel bij opzet zal worden opgelegd en bij grove schuld een boete van 75%.

Overtreding van de inlichtingenplicht wordt beboet met een boete van 50%.

Bij verminderde verwijtbaarheid is een boete van 25% aan de orde en bij recidive is de boete 150% van het benadelingsbedrag.