De begunstigingstermijn in handhavingszaken

 
 
 
Tom Jeltema
 

17 september 2015

Tom Jeltema

 
 
In Wernhout (gemeente Zundert) werden recreatiewoningen permanent bewoond. Een praktijk overigens die in heel Nederland veelvuldig voorkomt. Kennelijk was een omwonende het daar niet mee eens en diende een handhavingsverzoek in bij de gemeente. Uit vaste rechtspraak van de Raad van State volgt dat indien een handhavingsverzoek wordt ingediend de gemeente een controle moet uitvoeren. Kennelijk deed de gemeente dat en stelde vast dat permanent werd gewoond in recreatiewoningen wat niet was toegestaan.

Uit eerder genoemde rechtspraak van de Raad van State volgt ook dat tegen illegale situaties (in dit geval strijd met het bestemmingsplan) moet worden opgetreden door een gemeente. De gemeente leek het probleem elegant op te lossen door weliswaar een dwangsom op te leggen, maar de bewoners 10 jaar de tijd te geven om de permanente bewoning te staken. Voor die 10 jaar had de gemeente ook een grondslag, namelijk een beleidsregel die gold binnen de gemeente. In die beleidsregel stond de termijn van 10 jaar expliciet genoemd. Zowel Rechtbank als Raad van State accepteren de begunstigingstermijn van 10 jaar niet. Uit de wet (5:32a lid 2 Awb) volgt namelijk dat een begunstigingstermijn niet wezenlijk langer mag zijn dan noodzakelijk is om de overtreding te beëindigen. Iedereen moet een redelijke termijn krijgen om de overtreding te beëindigen, maar 10 jaar is geen reële termijn. Ook het feit dat de gemeente kan verwijzen naar haar beleidsregels wordt niet geaccepteerd. Die beleidsregel is namelijk in strijd met de wet (5:32a Awb). 

Hoewel Rechtbank en Raad van State hier niet over spreken, is nog een ander argument denkbaar. In feite is een begunstigingstermijn van 10 jaar een zodanig lange termijn dat een gedoogsituatie in het leven wordt geroepen. 

Uiteindelijk geeft de Raad van State de bewoners een termijn van één jaar omdat in eerdere zaken door de Raad van State was aangegeven dat een termijn van één jaar reëel was. De Raad van State laat de termijn van één jaar overigens ingaan op het moment dat de Rechtbank uitspraak heeft gedaan. 

Uiteindelijk werd de creatieve gemeente toch teruggefloten door Rechtbank en Raad van State. De uitspraak is gepubliceerd op de website van de Raad van State (ABRS 5 augustus 2015, nr. 201405033/1/A1).