A-G: De berekening van kinderalimentatie moet wéér anders.

 
 
 
Evelien Geerings
 

18 september 2015

Evelien Geerings

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Familie- en erfrecht

Al sinds het begin van dit jaar bestaat er onduidelijkheid over de vraag hoe nu precies de hoogte van een kinderalimentatieverplichting dient te worden berekend.

 

Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet Hervorming Kindregelingen in werking getreden. Deze wet zorgde ervoor dat de bestaande fiscale kindregelingen werden vereenvoudigd en teruggebracht tot slechts een viertal regelingen. Door de invoering van de Wet Hervorming Kindregelingen werd het door ouders ontvangen kindgebonden budget verhoogd met een zogeheten alleenstaande ouderkop, een inkomensafhankelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderen voor een alleenstaande ouder. In de rechtspraktijk wordt de hoogte van kinderalimentatieverplichtingen in het algemeen berekend aan de hand van de aanbevelingen van de Expertgroep alimentatienormen. De Expertgroep beveelt aan het verhoogde kindgebonden budget (met alleenstaande ouderkop) integraal op de behoefte van de kinderen in mindering te brengen. Dat heeft tot gevolg dat de kinderen mindere behoefte hebben aan een bijdrage van hun ouders.

 

Recentelijk heeft het Gerechtshof Den Haag aan de Hoge Raad echter gevraagd een prejudiciële beslissing te nemen met betrekking tot enkele rechtsvragen over de berekening van de hoogte van een kinderalimentatieverplichting.

 

Het kwam namelijk niet zelden voor dat de rekenmethodiek tot gevolg had dat er na aftrek van het kindgebonden budget geen behoefte meer resteerde bij het kind, zelfs indien de onderhoudsplichtige ouders nog over voldoende draagkracht  beschikten om in de kosten van de kinderen te voorzien. Een groot kritiekpunt uit de praktijk was dat op deze manier de primaire verantwoordelijkheid voor het onderhouden van kinderen bij de overheid zou komen te liggen, terwijl de verplichting om in het levensonderhoud van kinderen te voorzien volgens de wet toch echt primair bij de ouders ligt.

 

Omdat de aanbevelingen van de Expertgroep alimentatienormen geen wetten zijn, maar richtlijnen, behoeven deze in de praktijk niet per se door rechtbanken te worden gevolgd. De Rechtbank Den Haag was in een eerder stadium al tegendraads door, anders dan andere rechtbanken, deze aanbeveling terzijde te schuiven en te bepalen dat het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop bij het inkomen van de ouder waar de kinderen staan ingeschreven dient te worden opgeteld. Op die manier wordt het bedrag meegenomen bij een draagkrachtvergelijking en speelt het dus geen rol meer bij de behoefte van kinderen.

 

Het werd als onwenselijk gezien dat verschillende rechtbanken verschillend dachten over de manier waarop je kinderalimentatie zou moeten gaan berekenen. Dit kwam de rechtseenheid in Nederland niet ten goede. De Expertgroep alimentatienormen heeft zich naar aanleiding van alle kritieken nogmaals uitgelaten over haar berekenmethodiek en heeft deze bevestigd. Het Gerechtshof Den Haag meende dat met deze bevestiging door de Expertgroep alimentatienormen er nog geen einde was gekomen aan de onduidelijkheid in de praktijk. Om daar een einde aan te maken heeft het Gerechtshof Den Haag de Hoge Raad gevraagd om zich als hoogste gerechtsinstantie in Nederland uit te laten over de vraag of het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop nu wel of niet van de behoefte dient te worden afgetrokken. Indien dat niet het geval is, werd de vraag voorgelegd hoe dan met deze overheidsbijdrage dient te worden omgegaan.

 

Inmiddels heeft de Advocaat-Generaal een conclusie aan de Hoge Raad voorgelegd. Deze conclusie staat haaks op de aanbevelingen van de Expertgroep alimentatienormen. Kort en goed komt deze conclusie erop neer dat bij de berekening van de hoogte van de kinderalimentatie het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop bij het inkomen van de verzorgende ouder dient te worden opgeteld. Hierdoor komt de verplichting om in het levensonderhoud van kinderen te voorzien primair weer bij de ouders te liggen, is de onderhoudsplicht van een ouder niet afhankelijk van de behoeftigheid van het kind en wordt meer recht gedaan aan de feitelijke situatie. Immers, volgens de Advocaat-Generaal bepaalt het ontvangen kindgebonden budget het totale netto bedrag aan inkomen dat er maandelijks ter besteding aan de kosten van de huishouding is.

 

De Hoge Raad zal zichzelf nog uitlaten over deze aanbeveling van de Advocaat-Generaal. In het algemeen volgt de Hoge Raad de aanbeveling van de Advocaat-Generaal op. Wanneer deze beslissing van de Hoge Raad zal worden gewezen, is nog onbekend.

 

Stel dat de Hoge Raad het advies volgt, dan heeft dit wederom ingrijpende gevolgen voor de rechtspraktijk. In de periode van januari 2015 tot heden zijn de kinderalimentatieverplichtingen vrijwel allemaal vastgesteld aan de hand van de aanbevelingen van de Expertgroep alimentatienormen. Niet uitgesloten is dat het grootste gedeelte hiervan niet langer zal voldoen aan de dan in de praktijk geldende regels, waardoor deze mogelijkerwijs wederom dienen te worden gewijzigd.

 

Indien u meer informatie wenst te ontvangen over de vraag wat deze aanbeveling voor gevolgen heeft op uw alimentatieverplichting of het door u te ontvangen bedrag aan alimentatie, dan kunt u daarvoor contact opnemen met de familierechtspecialisten van TRC Advocaten.