Nieuw wetsvoorstel met betrekking tot hechtenis in hoger beroep

 
 
 
Mario Struik
 

20 oktober 2015

Mario Struik

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Strafrecht

We hebben er even op moeten wachten, na het kritisch ontvangen wetsvoorstel van de dadelijke tenuitvoerlegging uit 2013, maar vorige week was het dan zover.
Minister Van der Steur (van Justitie en Veiligheid) heeft een ‘nieuw’ wetsvoorstel voorgelegd waarin opnieuw ‘een verruiming van de mogelijkheden tot gevangenneming’ wordt bepleit (of liever gezegd: voorgesteld) ‘bij veroordeling tot een vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel’.

Het voorstel of de bedoelde verruiming komt er kort gezegd op neer dat een verdachte die wordt veroordeeld tot ten minste één jaar gevangenisstraf direct in voorlopige hechtenis kan worden genomen, en dan zijn hoger beroep maar in de gevangenis moet afwachten.

De gedachte achter dit voorstel wordt ingegeven door de praktijk dat een deel van de veroordeelden dat in hoger beroep gaat op vrije voeten blijft en tegen de tijd dat de straf alsnog uitgezeten dient te worden (ineens of al langere tijd) onvindbaar blijkt.

Het wetsvoorstel laat nog maar eens duidelijk zien uit welke hoek de wind momenteel waait.

Het EVRM (het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens) en de presumptie van onschuld doen er niet toe, of moeten wijken voor de kennelijk ondragelijke gedachte dat veroordeelden die niet vastzitten er (nog voor of tijdens het hoger beroep) van door gaan en zo de dans ontspringen.

Dat ruim 80% van de grootste groep veroordeelden reeds in voorlopige hechtenis zit in afwachting van het hoger beroep doet er kennelijk ook niet toe.

Het enige lichtpuntje in dit voorstel is nog dat de rechter straks opdracht kan geven om de veroordeelde direct in voorlopige hechtenis te nemen, onder het oude wetsvoorstel, dat uit 2013, kwam de rechter geen enkele beoordelingsvrijheid toe.

mr M. (Mario) Struik
Sectie Strafrecht