403-VERKLARING: Hoofdelijke aansprakelijkheid

 
 
 
Geert Bosman
 

26 oktober 2015

Geert Bosman

 
 
Een tot een groep behorende rechtspersoon kan vrijgesteld worden van de verplichting om een jaarrekening te publiceren indien voldaan is aan de voorwaarden opgenomen in artikel 2:403 BW. Daartoe behoort onder meer de voorwaarde dat de moedermaatschappij schriftelijk verklaart zich hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen van een dochtervennootschap. Hoofdelijke aansprakelijkheid

Door de 403-verklaring ontstaat hoofdelijke aansprakelijkheid van de moedermaatschappij voor schulden van de dochtermaatschappij. Hoofdelijke aansprakelijkheid houdt in dat er een zelfstandige verbintenis tussen de moedermaatschappij en een schuldeiser van de dochtermaatschappij ontstaat op grond waarvan de moedermaatschappij gehouden is die schuld te voldoen.

De moedermaatschappij kan dus naast de dochtermaatschappij door een schuldeiser voor een schuld worden aangesproken, bijvoorbeeld de betaling van een factuur. Anders dan bij borgtocht kan de schuldeiser er voor kiezen om de moedermaatschappij eerst aan te spreken zonder dat de dochtermaatschappij al voor de schuld is aangesproken.

Een 403-verklaring biedt voor een schuldeiser een zelfstandige grondslag om voldoening van zijn vordering te verkrijgen.

Uiteraard brengt de hoofdelijke aansprakelijkheid niet met zich mee dat een schuldeiser aanspraak mag maken op betalingen die zijn vordering te boven gaan. Datgene wat bijvoorbeeld de dochtermaatschappij betaalt aan de schuldeiser bevrijdt ook de moedermaatschappij.

Gevolgen van een regeling 

In een arrest van de Hoge Raad van 3 april 2015 (ECLI:NL:HR:2015:837) kwam de vraag aan de orde of een schuldeiser de moedermaatschappij nog kan aanspreken voor een schuld als er met de dochtermaatschappij een dading is getroffen voor een deelbetaling en de dochtermaatschappij voor het meerdere finale kwijting is verleend.

De Hoge Raad oordeelde dat de schuldeiser in zo`n geval de moedermaatschappij nog kan aanspreken voor het onbetaalde deel van zijn vordering. Op de schuld waarvoor de schuldeiser de moedermaatschappij kan aanspreken wordt in zo`n geval het bedrag waarvoor een dading met de dochtermaatschappij is getroffen in mindering gebracht. Voor het restant van de schuld kan de moedermaatschappij op grond van de zelfstandige verbintenis voortvloeiend uit de 403-verklaring aangesproken worden.

Als er bijvoorbeeld een schuld van een dochtermaatschappij van € 50.000,- voortvloeit uit een overeenkomst en de schuldeiser met de dochtermaatschappij een dading sluit tegen finale kwijting voor € 30.000,- en dat bedrag wordt door de dochtermaatschappij betaald, dan kan de schuldeiser van de moedermaatschappij nog € 20.000,- vorderen.

Het recht van de schuldeiser om de moedermaatschappij voor het restant van de schuld aan te spreken op rond van de 403-verklaring vervalt wel indien de schuldeiser in het kader van de dading met de dochtermaatschappij daarvan afstand doet.

Conclusie

Een schuldeiser doet er in het kader van het verhalen van zijn vordering goed aan om te onderzoeken of er wellicht een moedermaatschappij aangesproken kan worden op grond van een 403-verklaring. Dit is bijvoorbeeld van belang als de dochtermaatschappij weinig verhaal biedt voor de vordering.

Een moedermaatschappij of een dochtermaatschappij die een dading sluit met een schuldeiser op grond waarvan een deel van de schuld wordt betaald doet er goed aan om, indien mogelijk, de schuldeiser in het kader van die dading afstand te laten doen van het vorderingsrecht op andere tot de groep behorende rechtspersonen. 

mr. Geert (G.D.) Bosman
TRC Advocaten