Heeft een niet aangehouden verdachte met een verstandelijke beperking recht op consultatiebijstand voorafgaand aan het verhoor?

 
 
 
Mario Struik
 

27 oktober 2015

Mario Struik

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Strafrecht

Niet volgens het gerechtshof Arnhem, maar dat hanteerde een wel erg strikte benadering. De Hoge Raad zag –helaas- geen reden om te vernietigen (zie: HR 18 november 2014, NJ 2015, 49).

Waar ging de kwestie over?

Een vrouw met een IQ score van 75 wordt verdacht van uitkeringsfraude. Zij zou samen wonen en dat niet hebben doorgegeven aan de gemeente terwijl dat wel van belang was voor haar WWB-uitkering, althans de hoogte daarvan.

De vrouw, overigens ook nog eens ziek en zeven maanden zwanger, wordt niet aangehouden maar (op vrijdag) 'uitgenodigd' (om op de maandag die volgt) op het politiebureau een verklaring af te komen leggen. Dat doet zij, in voor haar belastende zin.

De advocate van de vrouw voert onder meer als verweer dat de verklaring die de vrouw heeft afgelegd niet voor het bewijs mag worden gebruikt, kort gezegd omdat de vrouw 'een kwetsbare verdachte' betrof, een vrouw immers met beperkte verstandelijke vermogens, ziek ook, en bovendien zeven maanden zwanger, die niet was gewezen op het recht om voor het verhoor een advocaat te (mogen)raadplegen.

Een dergelijk verweer wordt ook wel een Salduz-verweer genoemd (ontleend aan het arrest Salduz/Turkije, een arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waarin kort gezegd geoordeeld werd dat een verdachte recht heeft op bijstand (door een advocaat) voor het eerste (politie)verhoor).

Nu is het in Nederland (nog altijd) zo dat alleen een aangehouden verdachte recht heeft op consultatiebijstand, d.w.z. het recht om een advocaat te consulteren nog voor het (eerste inhoudelijke) verhoor.

Een niet aangehouden verdachte heeft dat recht niet, althans niet op kosten van het rijk.

Volgens de advocate van de niet aangehouden vrouw betrof de vrouw een kwetsbare verdachte (ziek, zeven maanden zwanger en zwak begaafd) die dus voor het verhoor door de politie door een advocaat op het recht om een advocaat te raadplegen had dienen te worden gewezen, te meer omdat de politie wist dat de verdachte een zwakbegaafde vrouw betrof.

Voor dat verweer valt het nodige te zeggen. Zeker als je het vanuit Straatsburgs perspectief (en art. 6 EVRM) bekijkt. Volgens Straatsburg (het EHRM) vereist een eerlijk proces dat een verdachte al in het vroege stadium van de politieverhoren rechtsbijstand krijgt van een raadsman, en is het voorts zaak dat er voor gezorgd wordt dat een verdachte het proces begrijpt waarvan hij onderwerp is.

Het Hof omzeilt het verweer van de advocate (en daarmee dus ook de hiervoor bedoelde Straatsburgse maatstaven) behendig door vast te stellen dat bij de verdachte een IQ score van 75 was vastgesteld, en dat hierdoor niet aannemelijk was (geworden) dat bij de verdachte sprake was van een verstandelijke beperking. Immers, (alleen) bij een IQ score tussen de 50 en 70 is -psychiatrisch diagnostisch gezien- sprake van een verstandelijke beperking, daarboven niet. Dan is sprake van zwakbegaafdheid.

De Hoge Raad laat het oordeel van het Hof in stand, door te stellen dat het oordeel van het Hof 'zozeer is verweven met waarderingen van feitelijke aard dat het in cassatie slechts in beperkte mate kan worden getoetst'. Vanuit cassatie-technisch opzicht wellicht begrijpelijk (geoordeeld), maar toch ook wel weer jammer, want de uitspraak van het Hof verdiende eigenlijk wel een heel wat kritischere beschouwing. Want hoe valt uit te leggen dat iemand die zwakbegaafd is zo zelfredzaam moet worden geacht dat hij het wel zonder consultatiebijstand af kan?! Dat gelooft toch niemand.

mr. M. (Mario) Struik
Sectie Strafrecht