Vormerkung en beslag

 
 
 
Chris van der Corput
 

16 november 2015

Chris van der Corput

 
 
Per 1 januari 2016 wordt het wetboek van burgerlijke rechtsvordering gewijzigd teneinde de werking van de inschrijving van de koop van een registergoed in de openbare registers te verbeteren. Artikel 7:3 BW biedt de koper van een registergoed de mogelijkheid om zijn koopovereenkomst in te schrijven in de openbare registers (het Kadaster). Dat wordt Vormerkung genoemd. Door die Vormerkung krijgt de koper alvast een deel van de bescherming die hij normaal pas zou krijgen op het moment van leveren van het registergoed.

In de praktijk blijkt die bescherming bij een executoriaal of conservatoir beslag op een onroerende zaak niet goed te werken. Schuldeisers van de verkoper kunnen namelijk de geboden bescherming ontwijken door in plaats van beslag op de onroerende zaak, derdenbeslag te leggen op de koopsom. Dit kan door derdenbeslag op de koopsom onder de koper te leggen of onder de notaris die de ontvangen koopsom ten behoeve van de levering onder zich houdt. Dit maakt de bescherming, ongedaan waarvoor de koper aanvankelijk zijn koopovereenkomst had ingeschreven. Deze wet strekt ertoe de bescherming te herstellen.

Geregeld wordt dat de koper bij de Vormerkung van een onroerende zaak de mogelijkheid krijgt de koopsom in weerwil van een beslag onder de koper aan de notaris te betalen. Dat zorgt ervoor dat de patstelling bij een beslag op de koopsom onder de koper wordt doorbroken. De notaris ontvangt de koopsom en kan daarmee de verkoper en eventuele beslagleggers en hypotheekhouders van vóór de Vormerkung (anterieure beslagleggers) betalen. De verkoper kan vervolgens de onroerende zaak vrij van beslagen en hypotheken aan de koper leveren. Daarmee kan de levering worden voltooid en geniet de koper de bescherming die bij de inwerkingtreding van de Vormerkung was beoogd.