Wet Werk en Zekerheid

 
 
 
Ruud van der Linden
 

30 december 2015

Ruud van der Linden

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisaties:

OndernemingsrechtVennootschapsrecht

Met de inwerkingtreding per 1 juli 2015 van de Wet Werk en Zekerheid is er ook sprake van een subtiele verandering waar het betreft het ontslag van een statutair bestuurder van een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, in geval de betreffende bestuurder op grond van een arbeidsovereenkomst met die rechtspersoon werkzaam is.

Bij een vennootschap bestaat er een dubbele rechtsbetrekking tussen de vennootschap en de statutaire bestuurder, te weten een vennootschapsrechtelijke relatie en een arbeidsrechtelijke relatie. Bij de vereniging ligt dat niet veel anders. Die kent met zijn statutair bestuurder ook een dubbele rechtsbetrekking, te weten een vennootschapsrechtelijke rechtsbetrekking en de arbeidsrechtelijke rechtsbetrekking. 

Sinds uitspraken van de Hoge Raad in de zogenaamde “15 april-arresten” (2005) is bepaald dat de arbeidsovereenkomst van een statutair bestuurder van een vennootschap die tevens een arbeidsovereenkomst heeft met die vennootschap, in beginsel wordt beëindigd door het ontslagbesluit van de aandeelhoudersvergadering. Met dat ontslagbesluit eindigt dan tevens de arbeidsovereenkomst. Dat er in een dergelijk geval geen toets door de rechter of het UWV behoeft plaats te vinden vloeit voort uit het feit dat omtrent ontslag van de statutair bestuurder van een vennootschap in de wet is bepaald dat een rechter niet een veroordeling tot herstel van een arbeidsovereenkomst tussen de vennootschap en de bestuurder kan uitspreken.
Een dergelijke bepaling kennen we ook voor het ontslag van een statutair bestuurder van een vereniging. 

Met de inwerkingtreding van de Wwz is bepaald dat de arbeidsovereenkomst van een bestuurder van een rechtspersoon zonder de schriftelijke instemming van de bestuurder beëindigd kan worden indien herstel van de arbeidsovereenkomst op grond van het rechtspersonenrecht (Boek 2 BW) niet mogelijk is. Concreet regelt de Wwz dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig kan opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer tenzij een ontslagtoets door het UWV heeft plaatsgevonden maar ook kan zonder instemming van de bestuurder de opzegging van de arbeidsovereenkomst met een bestuurder van een rechtspersoon (dat wil dus zeggen een vennootschap maar ook een vereniging) plaatsvinden omdat herstel van de arbeidsovereenkomst op grond van Boek 2 BW niet mogelijk is. Nu we voor een andere rechtspersoon, te weten de stichting, niet een bepaling kennen in Boek 2 BW inhoudende dat de rechter niet een veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen de stichting en een bestuurder kan uitspreken, betekent dit dat voor het ontslag van de statutair bestuurder van een stichting wel de ontslagtoets van het UWV vereist is. Er ligt overigens wel een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer waarbij wat dit betreft de regeling van de statutair bestuurder bij een stichting gelijk wordt getrokken met de regeling van de statutair bestuurder bij een vennootschap en een vereniging. 

Voor vragen kunt u contact opnemen met mr. Ruud van der Linden