Wie betaalt de lasten van een gemeenschappelijke woning na verbreking van de samenleving?

 
 
 
Edward Plass
 

2 februari 2016

Edward Plass

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Familie- en erfrecht

Een veel voorkomend discussiepunt na de verbreking van de samenleving tussen twee ex-echtgenoten of ex-partners is de wijze waarop de kosten van een gemeenschappelijke woning moeten worden gedragen.

De eigenaarslasten

Voor wat betreft de eigenaarslasten bestaat er normaliter niet veel discussie. Hieronder wordt dus verstaan de kosten van noodzakelijk groot onderhoud, het eigenaarsdeel van de onroerendezaakbelasting, de premies voor opstalverzekeringen, hypotheekaflossingen en eventuele premies voor aan een hypotheek verbonden spaarverzekering, kapitaalverzekering, beleggingsverzekering en soortgelijke financiële producten, die zijn bestemd voor toekomstige aflossing van de hypotheekschuld. Deze betalingen zijn immers grotendeels vermogensvormend en zullen bij de verkoop van de woning van invloed zijn op het bedrag dat bij de ex-partners uit de verkoop verkrijgen.

De gebruikerslasten

Ook bestaat er vaak weinig discussie over de vraag wie gebruikerslasten draagt. Hieronder wordt bijvoorbeeld de betaling van huur, gas, water, elektra en andere nutsvoorzieningen begrepen. Doorgaans blijft de partij die in de woning blijft wonen gehouden om deze gebruikerslasten te voldoen.

De hypotheekrente

Het voorgaande is naar zijn aard doorgaans anders voor wat betreft de hypotheekrente. Betaling van hypotheekrente is immers voldoening aan een verplichting die beide partijen (meestal) gezamenlijk tegen de hypotheekverstrekker hebben. In principe dienen beide partijen dus de helft van de hypotheekrente aan de hypotheekverstrekker te betalen. Dat leidt in de praktijk echter tot de onredelijke situatie dat de vertrokken partij naast zijn nieuwe eigen woonlasten ook de helft van de hypotheekrente van de oude woning zou dienen te voldoen.

Een gebruiksvergoeding?

De wet biedt de mogelijkheid voor de betrokken partij om in dat kader een gebruiksvergoeding te vragen van de ex-partner die in de woning achterblijft. De achterblijvende partij maakt immers gebruik van het aandeel in de woning zonder dat de  vertrokken partij daar gebruik van kan maken.

In de rechtspraktijk is inmiddels een trend zichtbaar, waarin de rechtbanken steeds meer bepalen dat een gebruiksvergoeding wordt vastgesteld op hetzelfde bedrag dat gelijk is aan de bijdrageverplichting van de vertrokken partij in de gebruikerslasten (waaronder de hypotheekrente). Op die manier draagt de partij die in de woning verblijft, dus feitelijk alle gebruikerslasten. Dat is ook eerlijk, omdat deze partij ook de gehele woning bij uitsluiting van de ander gebruikt.

Hetzelfde was aan de orde in de zaak die bij de Rechtbank Den Haag diende en waar op 23 december 2015 beschikking in is gewezen. Deze beschikking is te lezen door hier te klikken.

Hebt u vragen over het voorgaande? Neem dan contact op met mr. Sander Baetens