VAR eindigt op 1 mei 2016

 
 
 
Ruud van der Linden
 

11 februari 2016

Ruud van der Linden

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Arbeidsrecht

Op 1 mei 2016 gaat de VAR verdwijnen. Tot dat moment geldt een overgangsregeling: indien u hetzelfde werk blijft doen onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden dan mag u de VAR voor 2014 of 2015 ook in 2016 blijven gebruiken tot de nieuwe wetgeving op 1 mei ingaat. U hoeft in dat geval dus geen nieuwe VAR voor 2016 aan te vragen. Gaat u in 2016 wel onder andere voorwaarden werken of wellicht andere werkzaamheden verrichten, ook als u geen VAR heeft, dan dient u een nieuwe VAR aan te vragen. Deze is dan geldig tot 1 mei 2016. In de nieuwe regelgeving gaat de VAR verdwijnen en moet u werken met modelovereenkomsten. U moet dan werken overeenkomstig de overeenkomst. In dat geval hoeft uw opdrachtgever geen loonheffing in te houden en te betalen. Zowel de opdrachtgever en de opdrachtnemer hebben zekerheid over de voorgenomen werkrelatie. Het gaat er niet om wat voor werk u doet. Dat is niet van belang. 

De modelovereenkomsten vindt u onder andere op de website van de Belastingdienst. Dit zijn dan de algemene modelovereenkomsten. U kunt ook overeenkomsten laten opstellen die dan zo nodig aan de Belastingdienst kunnen worden voorgelegd. Het zou een meer algemene overeenkomst van opdracht kunnen zijn waar de specifieke kenmerken van de modelovereenkomst in zijn verwerkt. Het kan immers zijn dat er meer zaken geregeld moeten worden dan alleen met betrekking tot de loonheffing. Men is niet verplicht de overeenkomst aan de Belastingdienst voor te leggen. Het voordeel van een overeenkomst die door de Belastingdienst is beoordeeld, is wel dat de opdrachtgever vooraf zekerheid heeft dat hij geen loonheffing hoeft in te houden en te betalen. 

Let wel: de consequentie van werken op basis van zelfstandigheid is dat de opdrachtnemer dan niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW en WIA). Dus geen uitkering in geval van werkeloosheid, ziekte of arbeidsongeschiktheid. Relevant is wel dat de Belastingdienst eerst bij de aangifte IB bepaalt of de inkomsten worden gezien als winst uit onderneming of als resultaat uit overige werkzaamheden. Werken volgens een overeenkomst die door de Belastingdienst is opgesteld of beoordeeld, zegt alleen iets over de loonheffing en niets over het ondernemerschap van de opdrachtnemer. 

Als blijkt dat de manier van werken niet volgens de overeenkomst gaat en dat er toch sprake is van een dienstbetrekking moet de opdrachtgever alsnog loonheffing inhouden en betalen. In dat geval is de opdrachtnemer wel verzekerd voor werknemersverzekeringen. 

Van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 is er een zogenaamde implementatietermijn waarin de werkwijze kan worden aangepast om met de nieuwe overeenkomsten te kunnen werken. De kern van de overeenkomst die tussen opdrachtgever en opdrachtnemer tot stand komt moet zijn dat er tussen hen geen arbeidsrelatie gaat ontstaan en dus de opdrachtnemer zelfstandig is en blijft en vrij is te bepalen op welke wijze hij of zij de werkzaamheden verricht. Het zal van de type opdracht en de aard van de branche afhangen welke bepalingen in de overeenkomst tussen opdrachtgever en opdrachtnemer moeten worden opgenomen. 

Heeft u vragen over deze nieuwe problematiek, neem dan contact op met Ruud van der Linden.