Problemen rond wachtgeldregeling thuiszorg in verband met versnelde verhoging AOW-leeftijd

 
 
 
Marcel Faassen
 

23 februari 2016

Marcel Faassen

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Pensioenrecht

Het kabinet bezuinigt flink op de zorg. Hierdoor verliezen veel ouderen, zieken en gehandicapten hun zorg, maar ook heel veel zorgmedewerkers verliezen hun baan. 

De bepalingen uit de CAO Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (hierna te noemen: de CAO) zijn door de regel op de arbeidsovereenkomsten van deze medewerkers van toepassing.

In de CAO VVT is een wachtgeldregeling opgenomen. Die wachtgeldregeling houdt - kort gezegd - in dat werknemers na een ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen een aanvulling op hun (WW-)uitkering krijgen van hun voormalige werkgever.

Voor werknemers die binnen vijf jaar na de ontslagdatum de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken en direct voorafgaand aan het ontslag minimaal tien jaar in dienst zijn geweest, geldt dat de duur van het wachtgeld gemaximeerd is tot de AOW-gerechtigde leeftijd.

Met de inwerkingtreding van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd, op 1 januari 2013, worden de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd stapsgewijs verhoogd.

Veel thuiszorgorganisaties hebben daar bij het bepalen van de duur van het wachtgeld wel rekening mee gehouden, maar ‘vergeten’ dat een ruime meerderheid van de Eerste Kamer medio juni 2015 heeft ingestemd met het voorstel om de AOW-leeftijd versneld te verhogen. De AOW-leeftijd gaat vanaf dit jaar naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Voormalig werknemers komen als gevolg hiervan eerst met ingang van een later tijdstip in aanmerking voor een AOW-uitkering.

Veel thuiszorgorganisaties weigeren de maximale duur van de wachtgeldregeling te verlengen, omdat zij zich op het standpunt stellen dat de AOW-gerechtigde leeftijd, zoals die bekend was op het moment van het ontslag, bepalend is voor de maximale duur van de wachtgeldregeling. Voor medewerkers die – bijvoorbeeld – in 2014 ontslagen zijn, wordt bij het bepalen van de maximale duur van de wachtgeldregeling dus geen rekening gehouden met de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd vanaf 2016. Hierdoor krijgen zij te maken met een zogenaamd AOW-gat: een periode van enkele maanden waarin zij geen inkomen genieten.

Naar mijn oordeel leggen de thuiszorgorganisaties de CAO op deze manier niet juist uit. Er zijn namelijk voldoende argumenten te bedenken om met succes te bepleiten dat voormalig werknemers, die voldoen aan de hiervoor genoemde voorwaarden, aanspraak kunnen maken op wachtgeld tot de dag waarop zij feitelijk hun AOW-uitkering gaan ontvangen. Eén van die argumenten is dat het voorstel om de AOW-leeftijd versneld te verhogen reeds was aangekondigd in het regeerakkoord ‘Bruggen slaan’ van 29 oktober 2012.   

Indien uw voormalige werkgever de CAO ook uitlegt in de hiervoor bedoelde (onjuiste) zin, dan is het raadzaam om contact op te nemen met één van de arbeidsrechtadvocaten van TRC Advocaten. Zij kunnen u helpen om een AOW-gat te voorkomen.