Kinder- en partneralimentatie: een heuse tombola

 
 
 
Evelien Geerings
 

14 maart 2016

Evelien Geerings

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Familie- en erfrecht

Sinds begin 2015 is er nogal veel onduidelijkheid over de vraag hoe je nou precies een kinderalimentatieverplichting berekent. Dat had toen met name te maken met enkele nieuwe kindregelingen, zoals de introductie van het kindgebonden budget en de afschaffing van de alleenstaande ouderkorting. Lang is er onduidelijkheid geweest over de vraag hoe je met deze kindregelingen om moet gaan. In oktober 2015 leek de Hoge Raad een bevrijdend antwoord te geven. Niets bleek helaas minder waar.

Met ingang van 2016 heeft de werkgroep die de richtlijnen voor de berekening van een alimentatie maakt, bepaald hoe je met kinderalimentatie moet omgaan: het kindgebonden budget wordt als inkomen van de ontvanger gezien en bijgeteld voor de draagkracht. Dat wordt door rechtbanken in het algemeen nu ook wel gevolgd. Op dat vlak lijkt er gelukkig eindelijk duidelijkheid te zijn.

Het was bijna te voorspellen dat een oplossing aan de ene kant een probleem aan de andere kant oplevert. Want, nu duidelijk is hoe om te gaan met het kindgebonden budget bij kinderalimentatie, is de volgende vraag of het ook nog een rol speelt bij een de berekening van partneralimentatie. Daarover zeggen de richtlijnen niets. Inmiddels heeft het Hof Den Haag zich uitgesproken over deze vraag en aangegeven dat het kindgebonden budget niet meetelt bij de berekening van partneralimentatie. Wat mij betreft een onbegrijpelijke beslissing; op die manier wordt een geldbedrag dat wél wordt ontvangen, niet volledig betrokken bij de berekening van een onderhoudsverplichting. Het telt niet volledig mee, maar het geld wordt toch gewoon ontvangen?

Als die onduidelijkheid op zichzelf al niet genoeg was, gooide het Hof Den Haag in een uitspraak van 17 februari 2016 de knuppel opnieuw in het hoenderhok. Was er eindelijk duidelijkheid over de manier waarop je de draagkracht van iemand berekende, week het gerechtshof van de inmiddels bekende richtlijnen af door in plaats van met een vastgesteld bedrag aan woonlasten een zelf ingeschat bedrag aan woonlasten op te nemen. Naar mijn mening wederom een onbegrijpelijke uitspraak. De rechtszekerheid wordt er niet bepaald groter door.

Door al deze onduidelijkheden wordt de berekening van een kinder- en partneralimentatie zo langzamerhand onvoorspelbaar. Waar het de bedoeling was met de introductie van een simpele formule een berekening heel eenvoudig te maken, is het systeem inmiddels verworden tot een heuse tombola. Als diverse rechtbanken en hoven ieder de richtlijnen anders toepassen, hoe weet je dan nog waar je aan toe bent?

Wat mij betreft dient zo veel mogelijk in redelijkheid te worden bekeken hoe je met de voorgaande discussiepunten omgaat. Het kan zijn dat een formule inderdaad niet overeenkomt met een bestaande situatie. Dat betekent niet dat je te pas en te onpas van een richtlijn moet afwijken. Het blijft van groot belang om zo veel mogelijk samen met de andere ouder/ex-partner te overleggen over wat er nou precies aan bijdrage nodig is. Lukt het niet om samen er uit te komen, dan is het belangrijk om in een procedure zo veel als mogelijk aan te geven waarom een bepaald resultaat redelijk is.

De familierechtadvocaten van TRC Advocaten kunnen u daar uiteraard uitvoerig nader over informeren. Als u vragen hebt over kinder- of partneralimentatie, dan staan wij u graag te woord.