Artikel 7: 758 BW dreigt nu toch echt op de schop te gaan!

 
 
 
Mario Struik
 

27 juli 2016

Mario Struik

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Bouw- en vastgoedrecht

Op 15 april jl. werd het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen bij de Tweede Kamer ingediend.

Het wetsvoorstel kent een lange voorgeschiedenis en beoogt onder meer wijziging te brengen in de aansprakelijkheid van de aannemer na oplevering voor verborgen gebreken. Ik schreef daarover al eerder, bij gelegenheid van het Ontwerp wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen.

In het huidige wetsontwerp luiden lid 3 en het toekomstige lid 4 van art. 7: 758 BW als volgt:

3. De aannemer is ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken.

4. In afwijking van het derde lid, is bij aanneming van bouwwerken de aannemer aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Van dit lid kan niet ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, voor zover de opdrachtgever een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In andere gevallen kan van dit lid ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, indien dit uitdrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen.

Met het wetsontwerp wordt (net als in het Ontwerp wetsvoorstel) een omkering in uitgangspunt en bewijslast(verdeling) beoogd.

Onder het huidige artikel 7: 758 BW is het immers nog zo dat en aannemer niet gehouden is tot herstel over te gaan van gebreken die de opdrachtgever ten tijde van de oplevering redelijkerwijs had kunnen ontdekken, terwijl onder het huidige wetsvoorstel de aannemer in beginsel juist aansprakelijk is, tenzij hij kan aantonen dat het gebrek waarom het gaat hem niet kan worden toegerekend.

Ik blijf bezwaren houden tegen deze omkering in uitgangspunt en bewijslast.

De vorige keer schreef ik dat als gevolg van toen nog Ontwerp wetsvoorstel beoogde wijziging van artikel 7: 758 BW een opdrachtgever geen goed en nauwlettend toezicht meer hoeft uit te oefenen - per slot van rekening weet de aannemer zich in beginsel toch aansprakelijk- en dat hij (de opdrachtgever) daarnaast nog lang na oplevering kan klagen. Dat is onder het huidige wetsvoorstel niet anders.

Mocht het huidige wetsvoorstel dan ook in ongewijzigde vorm door de Tweede en Eerste kamer komen, dan doet u als aannemer -zeker in geval u veelvuldig contracteert met ‘consumenten’- er verstandig aan om uw contractstukken en opleveringsprocedures (drastisch) te wijzigen.

TRC Advocaten adviseert u daarin graag.