Het concurrentiebeding

 
 
 
Ruud van der Linden
 

11 augustus 2016

Ruud van der Linden

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Arbeidsrecht

Het concurrentiebeding blijft de gemoederen tussen werkgevers en werknemers bezig houden. Met regelmaat van de klok vindt er een kort geding plaats omtrent een concurrentiebeding in het arbeidsrecht. 

Op hoofdlijnen en in vogelvlucht zijn de belangrijkste regels omtrent het concurrentiebeding de navolgende. 

Een concurrentiebeding is slechts geldig indien de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan en het concurrentiebeding schriftelijk is vastgelegd met een meerderjarige werknemer. Een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is slechts mogelijk indien een dergelijk beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van de werkgever. Let op; het beding moet dan wel de schriftelijke motivering van deze belangen bevatten. 

Vaak is te horen dat de rechter een concurrentiebeding toch niet in stand zal laten. Dit is een misvatting; de lijn in de jurisprudentie is dat concurrentiebedingen zijn gemaakt om die na te komen en om je daar als werknemen en werkgever aan te houden. De wet bepaalt wanneer een dergelijk beding kan worden vernietigd, namelijk wanneer dat beding niet noodzakelijk is om de zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van de werkgever te waarborgen of indien in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld.

De praktijk wijst uit, anders dan over het algemeen door niet deskundigen wordt aangenomen, dat de werknemer vaak aan het concurrentiebeding wordt gehouden, ook door de rechter. In een eventueel kort geding moet door de betreffende advocaten dan ook heel specifiek worden aangegeven waarom het belang van de werkgever of van de werknemer zwaarder weegt om het concurrentiebeding al of niet in stand te laten. In een kort geding wordt dan ook vaak uitvoerig stil gestaan bij het bestaan van al dan niet zwaarwegende bedrijfsbelangen of de al dan niet zwaardere belangen van de werknemer. 

Wanneer een arbeidsovereenkomst eindigt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, kunnen de kansen van een werknemer op vernietiging van het concurrentiebeding zeker toenemen, immers in geval van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever kan de werkgever geen rechten ontlenen aan een concurrentiebeding. 

Tot slot verdient nog opmerking dat een werknemer recht heeft op schadevergoeding te betalen door de werkgever in geval het concurrentiebeding in stand blijft en de betreffende werknemer als gevolg daarvan in belangrijke mate wordt belemmerd om anders dan in dienst van deze werkgever werkzaam te zijn. 

Kortom: een weerbarstige en ingewikkelde problematiek dat voer is voor specialisten. Hebt u daarom vragen over dit specifieke terrein, neemt u contact op met TRC Advocaten. 

mr. R.B.J.M. (Ruud) van der Linden