Juiste formulering concurrentiebeding

 
 
 
Christianne Verhaeg
 

14 september 2016

Christianne Verhaeg

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Arbeidsrecht

Er is al veel gezegd en geschreven, ook op deze website, over de (on)mogelijkheden van een concurrentiebeding in een contract voor bepaalde tijd. De vraag is telkens wat precies zwaarwegende bedrijfs— of dienstbelangen zijn en hoe dat omschreven moet worden. Na diverse uitspraken van kantonrechters, heeft op 2 augustus 2016 het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2016:6261) een van de eerste uitspraken hierover gedaan.

De zaak betrof een zwembadmonteur werkzaam voor een high-end aanbieder van sauna’s, whirpools en zwembaden voor de particuliere markt. De werkgever had een concurrentiebeding opgenomen in het contract voor bepaalde tijd. De werknemer trad vervolgens bij een concurrent in dienst en vorderde schorsing van zijn concurrentiebeding.

De werkgever vond het concurrentiebeding noodzakelijk vanwege het risico dat de nieuwe werkgever zich meer op de particuliere markt zou gaan begeven door de kennis die werknemer bij hem had opgedaan. Het Hof achtte dat risico reëel en vond dat de werkgever belang had bij handhaving van het concurrentiebeding, omdat de werknemer had kennis genomen van onder andere klantenlijsten, prijslijsten, leveranciersgegevens, werkwijzen en knowhow. Deze gegevens waren bepalend voor het succes van de onderneming van de werkgever en zou hem veel schade kunnen berokkenen. Het concurrentiebeding hield dus stand.

Uiteraard wil deze uitspraak niet zeggen dat elk concurrentiebeding dat op dezelfde wijze is geformuleerd door de rechter in stand zal worden gelaten. Het blijft maatwerk. In elk contract voor bepaalde tijd dient afgewogen te worden of een concurrentiebeding noodzakelijk is, of er andere mogelijkheden zijn om de belangen te beschermen en hoe de zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen omschreven en gemotiveerd moeten worden.

Laat u adviseren over concurrentiebedingen door een van de specialisten van TRC Advocaten.

Dit artikel werd geschreven door mw. mr. C.T.E. (Christianne) Verhaeg.