Werknemer let op! WhatsAppen tijdens werk kan gevolgen hebben voor uw salaris

 
 
 
Ingrid van den Broek
 

14 november 2016

Ingrid van den Broek

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Arbeidsrecht

De Tilburgse kantonrechter heeft onlangs geoordeeld dat een werkgever aan zijn ex-werknemer geen salaris hoefde te betalen voor de arbeidsuren waarin de werknemer privé WhatsApp berichten heeft verstuurd. Het ging in dit geval om honderden verstuurde privé berichten in een kort tijdsbestek. 

Een ex-werknemer van een drukkerij heeft de kantonrechter verzocht zijn werkgever te veroordelen de nog openstaande niet uitbetaalde verlofuren alsnog uit te betalen. De werkgever weigerde dit omdat hij had geconstateerd dat de medewerker in een periode van ongeveer zes maanden tijdens werktijd meer dan 1250 privé berichtjes (omschreven als liefdesberichtjes aan verschillende dames) had verstuurd binnen werktijd. 

De kantonrechter heeft geoordeeld dat de werkgever niet verplicht was alle nog openstaande vakantie-uren te voldoen. De kantonrechter vermenigvuldigde het aantal verzonden prive-berichten met 2,5 a 3 minuten per bericht en het uurloon van de betreffende werknemer en kwam zo tot het oordeel dat op het saldo van het resterend aantal vakantieuren een bedrag van € 1.500,-- bruto in mindering mocht worden gebracht voor de tijd die besteed was aan het versturen van de WhatsApp berichten. 

Werknemers, let dus op en houdt privégebruik van WhatsApp, maar ook (andere) social media, binnen de perken. Werkgevers, rekent u zich niet direct rijk. Zorg ervoor dat u een duidelijk protocol heeft voor het gebruik van sociale media, zodat voor iedereen op de werkvloer duidelijk is wat wel en wat niet is toegestaan. 

De uitspraak gaat ver, maar het moge duidelijk zijn dat bezig zijn met privézaken tijdens werktijd beperkt moet zijn. 

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van het bovenstaande dan kunt u contact opnemen met een van de advocaten van de sectie Arbeidsrecht van TRC Advocaten.

Dit artikel werd geschreven door mw. mr. I.A.W. van den Broek