Schenking onder uitsluitingsclausule

 
 
 
Evelien Geerings
 

12 november 2017

Evelien Geerings

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisaties:

Familie- en erfrechtEchtscheiding

Uit een recente uitspraak van het Hof Amsterdam (Hof Amsterdam 28 februari 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:634) en 19 september 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:3818) blijkt opnieuw hoe belangrijk het is ten tijde van een schenking uitdrukkelijk te vermelden dat de schenking geschiedt onder uitsluitingsclausule.

In onderhavige zaak waren de man en vrouw in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. De vrouw heeft de rechter in het kader van de echtscheidingsprocedure verzocht te bepalen dat zij een vordering van € 28.000 heeft op de gemeenschap, althans voor de helft op het privévermogen van de man in verband met een schenking onder uitsluitingsclausule door haar vader. De vrouw heeft ter onderbouwing van haar vordering een bankafschrift overgelegd waaruit blijkt dat haar vader een bedrag van € 28.000 van zijn spaarrekening naar zijn lopende rekening had overgemaakt met de omschrijving ‘i.v.m. aflossing schenking [naam vrouw]’ en vervolgens van zijn lopende rekening een zelfde bedrag naar de hypotheekbank van de man en de vrouw had overgemaakt met de omschrijving ‘[naam man] en [naam vrouw], extra aflossing’.

Zowel de rechtbank als het hof hebben het verzoek van de vrouw afgewezen. Het hof heeft daarbij overwogen dat niet is vast komen te staan dat de vrouw en haar vader ten tijde van de schenking mondeling hebben afgesproken dat de schenking alleen voor de vrouw was bedoeld en onder uitsluitingsclausule is gedaan. Het Hof nam daarbij in aanmerking de verklaring van de vader, inhoudende dat hij een belastingvrije schenking wilde doen, dat partijen maximaal € 28.000 boetevrij op hun hypotheek konden aflossen en dat hij het geld van de spaarrekening via de lopende rekening had overgemaakt naar de hypotheekbank van de man en de vrouw. Van een mondelinge afspraak dat de schenking alleen voor de vrouw was (lees: onder uitsluitingsclausule werd gedaan), blijkt daaruit niet.

Voorts volgt uit de omschrijving ‘i.v.m. aflossing schenking [naam vrouw]’ niet zonder meer dat sprake is van een schenking met uitsluitingsclausule aan de vrouw. De schenking vond namelijk niet op dat moment plaats. Bovendien kan bij de overboeking van de ene bankrekening van vader naar een andere bankrekening van vader niet worden gesproken van een jegens de ander (lees: vrouw) gemaakt beding.

De omschrijving bij de overboeking van de lopende rekening van vader naar de rekening van de hypotheekbank van de man en de vrouw is het moment waarop de gift tot stand komt en het moment waarop de uitsluitingsclausule dient te worden gemaakt. De omschrijving bij die overboeking luidt ‘[naam man] en [naam vrouw], extra aflossing’. Het hof heeft uiteindelijk geoordeeld dat niet vast is komen te staan dat het op het moment van de overboeking de bedoeling van de vader was aan de vrouw een schenking te doen onder uitsluitingsclausule.

Een discussie als in bovengenoemde zaak kan dus eenvoudig voorkomen worden door op het moment van overboeking van een bedrag de omschrijving “schenking onder uitsluitingsclausule aan [naam van degene voor wie de schenking bestemd is]” te geven.