Recht op vergoeding na betaling van gemeenschapsschulden?

 
 
 
Ghislaine van Kooten
 

17 juni 2019

Ghislaine van Kooten

 
 

Dit artikel heeft betrekking op onze juridisch specialisatie:

Familie- en erfrecht

Heeft een echtgenoot een reprise (dat is een recht op een vergoeding) indien met privévermogen, bijvoorbeeld een geschonken bedrag onder een uitsluitingsclausule, gemeenschapsschulden zijn voldaan?

De Hoge Raad heeft op 5 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:504) de knoop doorgehakt en daarmee een eind gemaakt aan een langlopende discussie in de lagere rechtspraak. In de lagere rechtspraak waren twee stromingen. De eerste stroming ging ervan uit dat er in beginsel een reprise is, omdat gemeenschapsschulden zijn betaald met privégeld. De tweede stroming ging ervan uit dat bepaalde uitgaven niet zouden zijn gedaan als de schenking niet zou zijn ontvangen, zodat het niet redelijk is om in geval van echtscheiding het geld weer terug te vorderen.

De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat in beginsel er een reprise ontstaat als er privégeld in de gemeenschap terecht is gekomen, zij het door vermenging met gemeenschapsgeld, zij het indien daarmee gemeenschapsschulden zijn betaald, of als zich beide verschuivingsvormen hebben voorgedaan.

In de onderhavige zaak waren partijen in gemeenschap van goederen gehuwd geweest. Tijdens het huwelijk zijn bedragen aan de vrouw geschonken onder een uitsluitingsclausule. Deze bedragen zijn destijds bijgeschreven op de gezamenlijke bankrekening van partijen. Later zijn met dat geld gemeenschapsschulden betaald. Tussen partijen was in geschil of de vrouw recht had op een reprise.

Hoge Raad heeft geoordeeld dat door de vermenging van het geschonken geld met het gemeenschapsgeld, het geschonken geld gemeenschappelijk geworden. Deze vermenging van het geld en later de betaling van gemeenschapsschulden met dit geld, doet er niet aan af dat de vrouw het recht heeft het geschonken bedrag terug te vorderen op grond van een reprise. Het ligt op de weg van de andere echtgenoot, in dit geval de man, om feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen op grond waarvan het vergoedingsrecht van de vrouw jegens de gemeenschap niet of niet volledig geldend kan worden gemaakt. Hiervan kan sprake zijn als uit het gemeenschapsvermogen privéschulden van de vrouw zijn voldaan of als is afgesproken dat de vrouw met betrekking tot bepaalde uitgaven ter zake van gemeenschapsschulden geen aanspraak op vergoeding zal maken.

Kwesties als de onderhavige komen veel voor in de praktijk. Hebt u vragen die gerelateerd zijn aan dit onderwerp, neemt u dan contact op met een van de advocaten van de sectie personen- en familierecht.