Afstamming en erkenning

De relatie tussen kinderen en hun ouders die door geboorte ontstaat, noemen we afstamming. Vaak wordt afstamming in één adem genoemd met ouderschap. Dat is echter niet altijd juist. Er is een namelijk een verschil tussen biologisch ouderschap en juridisch ouderschap. Biologische ouders zijn de verwekkers van het kind. Juridische ouders zijn naar de letter van wet ouders van het kind, maar zij hoeven niet biologisch de ouders te zijn.

De moeder van een kind is de vrouw uit wie het kind is geboren. De man die met de moeder is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, wordt automatisch vader van het kind als dat kind tijdens hun huwelijk wordt geboren. De man wordt dus juridisch vader, zelfs als hij niet de verwekker van het kind is.

Is er geen sprake van een huwelijk of geregistreerd partnerschap met de moeder van het kind, dan kan de man het kind erkennen. Door de erkenning wordt de man juridisch vader van het kind, ook als hij niet de biologische vader is. Indien de man het kind - zolang het jonger is dan 16 jaar - wil erkennen, dient de moeder haar toestemming daarvoor te geven. Wil de moeder deze toestemming niet geven, dan kan de man die het kind wil erkennen de rechter verzoeken om vervangende toestemming te verlenen. De voorwaarde die de wet stelt, is dat de man die om vervangende toestemming verzoekt, de biologische vader van het kind is.

Als een moeder getrouwd is met een andere vrouw of een geregistreerd partnerschap is aangegaan met een andere vrouw, wordt de duomoeder automatisch juridisch ouder van het kind dat tijdens het huwelijk/ geregistreerd partnerschap wordt geboren als er volgens de wet geen vader is. Is er sprake van een bekende donor is of wordt het kind niet tijdens een huwelijk of een geregistreerd partnerschap geboren, dan wordt de duomoeder moeder door het kind te adopteren of te erkennen. 

Vaak wordt gedacht dat de erkenning tevens leidt tot gezamenlijk uitoefening van het gezag over het kind. Dit is echter niet juist. De juridische ouders zullen samen de rechtbank moeten verzoeken het gezamenlijk gezag aan te tekenen in het gezagregister.    

Er doen zich soms situaties voor waarbij een kind geen juridisch vader heeft. Daarvan kan sprake zijn als de biologische vader het kind niet wil erkennen of de moeder de biologische vader heeft geweigerd het kind te erkennen. De moeder of het kind (vertegenwoordigd door de moeder of een bijzondere curator) kan de rechtbank verzoeken het vaderschap gerechtelijk vast te stellen. Als het vaderschap gerechtelijk wordt vastgesteld, wordt de afstamming officieel en wordt de biologisch vader tevens juridisch vader.  

Het omgekeerde doet zich in de praktijk ook voor. Soms is een man door het huwelijk juridisch vader geworden, maar blijkt hij later niet de biologisch vader van het kind te zijn. In die situatie kan het vaderschap worden ontkend. De man, de moeder en het kind hebben de mogelijkheid om het door huwelijk ontstane vaderschap te ontkennen door daartoe een verzoek in te dienen bij de rechtbank.

Gezag en voogdij

De ouders van de minderjarige kinderen dienen hun kind te vertegenwoordigen. Deze vertegenwoordiging wordt aangeduid met het gezag.

Meestal oefenen de ouders samen het gezag uit. Maar ook één ouder of een ouder met iemand anders samen kan gezag over een minderjarig kind uitoefenen. Als de ouders niet in staat zijn om het gezag uit te oefenen, kan aan een ander de voogdij over het kind worden toegekend.

Als ouders getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, krijgen de ouders automatisch samen gezag over hun minderjarige kind. Zijn de ouders niet met elkaar getrouwd en zijn zij geen geregistreerd partnerschap aangegaan, dan krijgt de moeder automatisch alleen het gezag. De ouders die het eenhoofdig gezag van de moeder willen omzetten in gezamenlijk gezag, dienen daartoe samen de rechtbank te verzoeken het gezamenlijk gezag aan te tekenen in het gezagregister. Wenst de moeder hieraan geen medewerking te verlenen, dan kan de andere ouder een verzoek bij de rechtbank indienen om mede met het gezag te worden belast.

Als de moeder getrouwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan met een andere vrouw (de duomoeder), krijgen de moeder en de duomoeder automatisch gezamenlijk het gezag over het kind als er (volgens de wet) geen vader is en het kind tijdens het huwelijk/ geregistreerd partnerschap is geboren. Indien er geen automatisch gezamenlijk gezag is ontstaan, kunnen de moeder en de duomoeder de rechtbank verzoeken het gezamenlijk gezag aan hen toe te kennen.

Twee mannen krijgen nooit automatisch het gezamenlijk gezag over een kind. Als een man getrouwd is met een andere man of een geregistreerd partnerschap is aangegaan met een man, krijgen beiden mannen het gezamenlijk gezag over een kind pas na een beslissing van de rechtbank.

Draagmoederschap

Er zijn verschillende redenen voor wensouders om te kiezen voor draagmoederschap. Voor homoparen is de hulp van een draagmoeder een mogelijkheid om een kind te krijgen. Ook heteroparen die zelf niet zwanger kunnen worden, kunnen kiezen voor draagmoederschap.

Het is verstandig voorafgaand aan de zwangerschap afspraken te maken en deze in een overeenkomst vast te leggen om problemen in een later stadium voorkomen. Na de geboorte kan het kind in het gezin van de wensouders worden opgenomen. De volgende stap is dat de wensouders ook juridisch ouder worden. Dit gaat niet automatisch door opname van het kind in het gezin van de wensouders. Naar Nederlands recht geldt immers dat de vrouw uit wie het kind wordt geboren, juridisch moeder is van het kind. Het juridisch ouderschap van de draagmoeder dient te worden beëindigd en overgedragen aan de wensouders zodat zij volledige invulling kunnen geven aan het ouderschap. Dat kan op verschillende manieren plaatsvinden.

Er kan een verzoek worden ingediend bij de rechtbank om de draagmoeder (of draagouders indien de draagmoeder gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan) te ontheffen uit het ouderlijk gezag, onder benoeming van de wensouders tot voogd over het kind. Zodra de wensouders het kind één jaar hebben verzorgd en opgevoed, kunnen zij het kind gezamenlijk adopteren. Door de adoptie worden de wensouders juridisch ouder en worden zij van rechtswege samen met het gezag over het kind belast.

Een andere mogelijk is dat de wensvader het kind erkent of het vaderschap gerechtelijk laat vaststellen en de wensmoeder overgaat tot adoptie nadat het kind één jaar door haar en de wensvader is verzorgd en opgevoed. In de tussentijd kan de wensvader het gezag (weliswaar samen met de draagmoeder) uitoefenen indien de wensvader en de draagmoeder het gezamenlijk gezag hebben laten aantekenen in het gezagregister bij de rechtbank.

Adoptie

Bij adoptie wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid over een minderjarig kind overgenomen van de biologische ouders. Door adoptie komen de geadopteerde en de adoptiefouder(s) in familierechtelijke betrekking tot elkaar te staan. Adoptie geschiedt door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. 

Het verzoek door twee personen tezamen kan voorts pas worden gedaan, indien zij minimaal drie aaneengesloten jaren voorafgaande aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd en minimaal één jaar samen voor het kind hebben gezorgd. Het verzoek door de adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel van de ouder is, kan slechts worden gedaan, indien hij minimaal drie aaneengesloten jaren  voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd en minimaal één jaar met die ouder voor het kind heeft gezorgd. Deze voorwaarde geldt niet indien het kind is geboren binnen de relatie van de adoptant en de ouder. Een moeder en duomoeder die samenleven kunnen vóór of direct na de geboorte al een adoptieverzoek indienen.

Het verzoek door een persoon kan pas worden gedaan als deze persoon het kind minimaal één jaar heeft verzorg en opgevoed.

Het adoptieverzoek kan alleen worden toegewezen indien de adoptie in het belang van het kind is. Voorts moet vaststaan dat het kind niets meer van zijn ouder(s) in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. Andere voorwaarden zijn:

  • dat het kind op de dag van het verzoek minderjarig is;
  • dat het kind van twaalf jaren of ouder geen bezwaar heeft tegen de adoptie;
  • dat het kind niet een kleinkind is van een adoptant;
  • dat de adoptant of ieder der adoptanten ten minste achttien jaren ouder dan het kind is;
  • dat geen van de ouders het verzoek tegenspreekt;
  • dat de minderjarige moeder van het kind op de dag van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt;
  • dat de ouder of ouders niet of niet langer het gezag over het kind hebben. Indien evenwel de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van een ouder het kind adopteert, geldt dat deze ouder alleen of samen met deze persoon het gezag heeft.

De adoptie van een Nederlands kind dient altijd te geschieden door een verzoek in te dienen bij de rechtbank. Bij adoptie van een buitenlands kind is een procedure bij de Nederlandse rechter niet altijd nodig. Bij adoptie van een kind uit het buitenland, beslist een andere instantie of voldaan is aan de voorwaarden voor adoptie. De Nederlandse rechter wordt pas bij de adoptie betrokken als er geen adoptiebeslissing in het land van herkomst is of er geen automatische erkenning plaatsvindt, omdat het land van herkomst niet is aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag.

Lesbisch ouderschap

Sinds de inwerkingtreding van de Wet Lesbisch ouderschap kan de duomoeder (dit is de vrouwelijke partner van de moeder van het kind) in een aantal gevallen zonder tussenkomst van de rechter juridisch ouder worden.

Als een moeder getrouwd is met een andere vrouw of een geregistreerd partnerschap is aangegaan met een andere vrouw, wordt de duomoeder automatisch juridisch ouder van het kind dat tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap is geboren als er volgens de wet geen vader is. Hiervan is sprake in geval van een anonieme donor. De moeder en de duomoeder moeten dan wel een verklaring van de Stichting donorgegevens aan de ambtenaar van de burgerlijke stand overhandigen waaruit blijkt dat sprake is van een anonieme donor.

Een duomoeder wordt niet automatisch juridisch ouder als er een bekende donor is. Een duomoeder wordt evenmin automatisch juridisch ouder als er geen sprake is van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap met de moeder. De duomoeder kan pas juridisch moeder worden door het kind te adopteren of te erkennen. 

Indien de duomoeder het kind - zolang het kind jonger is dan 16 jaar - wil erkennen, dient de moeder haar toestemming daarvoor te geven. Wil de moeder deze toestemming niet geven, dan kan de duomoeder die het kind wil erkennen de rechter verzoeken om vervangende toestemming te verlenen. De voorwaarde die de wet stelt, is dat de duomoeder die om vervangende toestemming verzoekt, degene is geweest die als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met de daad die de verwekking van het kind tot gevolg heeft gehad.

Vaak wordt gedacht dat de erkenning tevens leidt tot gezamenlijk uitoefening van het gezag over het kind. Dit is echter niet juist. De moeder zullen samen de rechtbank moeten verzoeken het gezamenlijk gezag aan te tekenen in het gezagregister.

Naamrecht

Iedereen heeft een of meerdere voornamen. Dit zijn de voornamen die in de geboorteakte zijn opgegeven.

Er bestaan situaties die een aanleiding geven de voornaam of voornamen te wijzigen, een voornaam toe te voegen of te verwijderen. De betrokken persoon of de ouder(s) of voogd(en) van een minderjarige kind kan de rechtbank verzoeken de wijziging van de voornaam of voornamen te gelasten. Om een verzoek tot voornaamwijziging in te kunnen willigen, dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

Ouders kunnen wat betreft de achternaam van hun kinderen kiezen tussen hun  geslachtsnamen. Naamkeuze kan door de ouders slechts worden gedaan ten aanzien van hun eerste kind. Volgende kinderen hebben in beginsel dezelfde achternaam als het eerste kind.

Wordt geen achternaamkeuze gedaan, dan krijgt een kind dat binnen een huwelijk/ geregistreerd partnerschap wordt geboren de achternaam van de vader en krijgt een kind dat buiten het huwelijk/ geregistreerd partnerschap is geboren de achternaam van de moeder.  

In geval van erkenning van een kind krijgt het de achternaam van de moeder, tenzij de ouders ter gelegenheid van de erkenning de achternaam van de vader of duomoeder kiezen of het kind dat op het moment dat de erkenning plaatsvindt 16 jaar of ouder is, zelf voor de achternaam van de vader of de duomoeder kiest. Een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap heeft, wat de naam van het kind betreft, dezelfde gevolgen als een erkenning.

Een volwassene kan onder bepaalde voorwaarden zijn achternaam laten wijzigen. De achternaam van een minderjarig kind mag slechts in enkele situaties en onder strenge voorwaarden worden gewijzigd. Een verzoek tot achternaamwijziging dient te worden ingediend bij Justis, het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Curatele, bewind en mentorschap

Er bestaan diverse situaties waarin een volwassene niet (voldoende) voor zichzelf kan zorgen. Curatele, bewind en mentorschap zijn maatregelen voor personen die onvoldoende voor zichzelf kunnen zorgen. 

Er is een groot verschil tussen de drie maatregelen. Curatele is het meest verstrekkend en mag alleen worden ingesteld indien het beschermingsbewind en/ of mentorschap niet toereikend zijn. Iemand die onder curatele is gesteld, mag over bijna niets meer zelfstandig beslissen. Deze maatregel is nodig voor mensen die zowel hun financiële als persoonlijke belangen niet kunnen behartigen vanwege een geestelijke stoornis, wegens verkwisting of wegens een verslaving. Het bewind is een financiële maatregel. Deze maatregel is bedoeld voor personen die door hun lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of blijvend niet in staat zijn om hun financiële belangen te behartigen of problematische schulden hebben. Als iemand niet over persoonlijke aangelegen­heden kan beslissen, is een mentorschap de aangewezen maatregel. De mentor geeft advies en neemt beslissingen op het gebied van diens verzor­ging, verpleging, behandeling en begeleiding.Beschermingsbewind en mentorschap kunnen naast elkaar bestaan. Deze twee maatregelen worden vaak naast elkaar opgelegd als de maatregel curatele te zwaar wordt geacht.

De kantonrechter beslist over de ondercuratelestelling, de onderbe­windstelling en het mentorschap. Ook als er al een maatregel is ingesteld en deze maatregel moet worden vervangen door een andere maatregel, beslist de kantonrechter hierover.Als de kantonrechter van oordeel is dat de verzochte maatregel niet passend is en bescherming van de betrokkene noodzakelijk is, kan de kantonrechter zo nodig ambtshalve overgaan tot instelling van een andere maatregel.  

De maatregel wordt alleen ingesteld ten aanzien van een volwassene. Het verzoek om een maatregel in te stellen, kan al worden ingediend voordat de betreffende kind de 18- jarige leeftijd bereikt. Als voldoende duidelijk is dat op het moment waarop het kind meerderjarig zal worden een van de gronden voor curatele, bewind of mentorschap sprake zal zijn, kan een maatregel al voor de meerderjarigheid worden uitgesproken. Deze maatregel treedt dan inwerking vanaf het moment dat de meerderjarigheid wordt bereikt.

Ondertoezichtstelling

De ondertoezichtstelling (ots) is de meest voorkomende jeugdbeschermingsmaatregel. 

Indien er zorgen zijn over de ontwikkeling van uw kind(eren), kan de Raad voor de Kinderbescherming middels een verzoekschrift een verzoek tot een ots bij de kinderrechter indienen. De ots is een ver gaande en gezagsbeperkende maatregel en alvorens een dergelijk verzoek wordt ingediend, dient de Raad voor de Kinderbescherming eerst te onderzoeken of er niet op basis van vrijwilligheid tot een oplossing kan worden gekomen. In het verzoekschrift moet de Raad voor de Kinderbescherming onder andere aangeven welke zorgen er zijn alsook welke hulpverlening er noodzakelijk is.  Het doel van de ots moet zijn om de situatie waarin het kind opgroeit zo snel mogelijk te verbeteren. De maatregel is er dan ook op gericht om ouders te ondersteunen en te begeleiden.

De ouders ontvangen van de kinderrechter een oproep voor een mondelinge behandeling. Tijdens deze behandeling wordt het verzoek door de Raad voor de Kinderbescherming toegelicht en kunnen de ouders hun zienswijze aan de kinderrechter kenbaar maken en aangeven of ze het wel / niet eens zijn met het verzoek.  De rechter vraagt ook de minderjarige van 12 jaar of ouder altijd zelf om zijn mening. Wanneer u het niet eens bent met het verzoek, kan een advocaat namens u een verweerschrift indienen en samen met u naar de mondelinge behandeling gaan.

In geval het verzoek om een ots wordt toegewezen dan voert een gecertificeerde instelling de maatregel uit. Deze instelling regelt dan een gezinsvoogd die u begeleidt en zich bemoeit met de opvoeding van uw kind.

De ots wordt hoogstens voor een jaar toegewezen maar kan elk jaar weer met een jaar worden verlengd.

Telkens heeft u het recht om (ook) tegen een verlenging op een zitting bij de kinderrechter verweer te voeren.

Werkzame
advocaten